Auteur's archief


`Het ontdekken van nieuwe terreinen`, in: Academie Arnhem 50 jaar in Mode, ArtEZ Academie voor beeldende kunst en vormgeving Arnhem, 2004

Het studieverloop van de modeopleiding aan de Arnhemse kunstacademie van het 1e jaar tot aan het eindexamen. Alle aspecten van het ontstaansproces van modekleding komen aan bod.

‘Om te beginnen moet de student zichzelf leren te bevrijden van vooropgezette denkbeelden, gemeenplaatsen en andere onoorspronkelijke patronen die in de loop van tijd geaccumuleerd zijn, en die zijn waarneming en creatieve vermogens belemmeren. Dit moeilijke en vaak pijnlijke proces vereist zorgvuldige begeleiding, waarbij de student tevens wordt gestimuleerd om nieuwe terreinen te ontdekken.’


`Het succesgeheim`, in: Academie Arnhem 50 jaar in Mode, ArtEZ Academie voor beeldende kunst en vormgeving Arnhem, 2004

Wat maakt de modeopleiding aan de Arnhemse kunstacademie zo bijzonder?

‘Het geheim van dit succes is eigenlijk heel eenvoudig: er zijn veranderingen doorgevoerd waar veranderingen noodzakelijk bleken en er is bewaard gebleven wat bewaard moet blijven.’


`Op zoek naar de natuur`, in: De nieuwe Kleren. Over Mode, Vormgeving en Ecologie, De Balie / Gerrit Rietveld Academie 1993

 

‘Tegenover de dionysische roes waarin elke subjectiviteit, elke wilsbeweging oplost, plaatst Nietzsche het apollinische als de droom, de verlossing door de schone schijn. Het dionysische en het apollinische worden door hem beschouwd als twee fundamentele krachten die van meet af aan door de natuur gegeven zijn en die door de kunst worden nagebootst. Binnen deze zienswijze horen de epiek en de beeldende kunst aan de kant van het apollinische. De muziek daarentegen wordt als dionysisch opgevat omdat zij onmiddellijk is. Het chtonische, dionysische oertype natuur werd later het doelwit van de christelijke moraal die de natuur vereenzelvigde met de materie en de vrouw. Tesamen hoorden zij thuis in de categorie `duivels kwaad`. De link tussen het vrouwelijke en de natuur komt men regelmatig tegen. Moeder Natuur is als vrouwelijk begrip even diep in de westerse psyche geworteld als Vader Staat, het mannelijk synoniem voor de wet oftewel orde en gezag.’


De Kleren van de Man. Een alfabetische gids, Prometheus 1992

De Kleren van de Man. Een alfabetische gids

Klassiekers, monumenten en fossielen in de garderobe van de man, van Anorak tot Zoot Suit. Inclusief historische achtergrondschetsen.

‘Naakt slapen werd in de jaren zestig beschouwd als de bekroning van de seksuele revolutie. Thans doet het eerder spartaans aan en is het hooguit gebruikelijk in zeer hete nachten en interieurs met een hellenistische inslag of bij natuurvrienden met een borstbeeld van Rudolf Steiner op de kast. In alle andere gevallen verdient een pyjama de voorkeur. De zogeheten herenpyjama is van oorsprong een vrouwelijk kledingstuk uit India (van het Hindi apae-jama) dat in de vorige eeuw door reizigers naar Europa werd meegebracht. De introductie in de slaapkamer liet niet lang op zich wachten; men vond die vrouwenbroek immers veel mannelijker dan de tot dan toe gedragen nachtjaponnen. Tegelijk raakte de pyjama ook bij dames in de rosse buurt in zwang als beroepskleding. Pas in de jaren twintig van deze eeuw waagden ook eerbare vrouwen zich in tweedelig satijn hetgeen de zedenmeesters slapeloze nachten bezorgde. Sindsdien is er een strijd tussen de seksen aan de gang wie de pyjama met de meeste bravoure draagt. Maar ook de gedeelde draagwijze – hij de broek, zij het jasje – kent haar bekoringen. De enige echte pyjama is gemaakt van zijde (glanskatoen is een acceptabele tweede keus) en samengesteld uit broek plus jasje met een kraag of revers en hier en daar een zakje, liefst met monogram van de drager (niet van de ontwerper). In plaats van de py- is er ook de trijama waarbij een erbij horende kamerjas het geheel completeert en de setting van luxe, calme et volupté vervolmaakt.’


Hoezo Dik? Grote maten en mode, Cantecleer 1992

Hoezo Dik? Grote maten en mode

Dikte wordt meestal gezien als een `fout` die verholpen moet worden. Hier wordt dit thema vanuit verschillende standpunten benaderd; sociale, culturele en uiterlijke aspecten krijgen de aandacht. Dikte als uitgangspunt om er aantrekkelijk uit te zien. Met fraaie illustraties van Pieter ‘t Hoen

‘Molligheid was vroeger een teken van welzijn, nu roept dezelfde staat beelden op van kortademigheid, een te hoog cholesterolgehalte, hart- en vaatziekten en wat dies meer zij aan gevolgen van ongebreidelde welvaart. En alles wat ziek lijkt, is ook gauw erotisch onaantrekkelijk. Alsof dit nog niet genoeg is, heeft de algemene mening de tendens de eigenares van al die extra kilo’s zelf ervoor verantwoordelijk te stellen. Haar wordt vaak een gebrek aan bewustzijn en discipline toegeschreven; in het verlengde ervan wordt dikte vaak gezien als kenmerk van de lagere sociale klasse en heeft in het ongunstigste geval een wrange bijbetekenis van maatschappelijke mislukking.’

Aan blikken overgeleverd II – Marta de Wit, Marta de Wit 1992 Deel 2 van de in 1990 verschenen catalogus.

‘Bij kleding speelt aangename `bewoonbaarheid` een belangrijke rol. Natuurlijke materialen voelen het prettigst op de huid, en rekbare tricots verdienen de voorkeur boven alles wat knelt. Bij de belijning zijn de scherpe kantjes er inmiddels af; men kiest liever iets soepels, en wel van een goede kwaliteit zodat het ook volgend jaar nog draagbaar is. De bonnetterie viert hoogtij.


`Ecologie, de milieu-aspecten van mode`, in: Modus. Over mensen, mode en het leven, De Balie 1990

Verschillende materialen voor kleding onder de loep met betrekking tot schadelijkheid voor het milieu. Destijds een heel nieuw thema in de mode.

‘Gezien de forse bijdrage die de kledingindustrie in het algemeen levert aan de verzieking van deze planeet en haar bewoners, zou het kortzichtig zijn `ecologie` als een voorbijgaand modeverschijnsel te beschouwen. Als trendthema maakt dit onderwerp behoeften zichtbaar van een bepaald tijdperk. Maar de daarbij horende kleurschakeringen van oceaanblauw tot kiezelsteengrijs zijn verkregen uit agressieve azoverbindingen, het smetteloos wit dankt zijn reinheid aan goor chloor en de teelt en veredeling van natuurvezels zijn doorgaans milieuvijandige praktijken waarvan etterende huidziektes nog niet eens de ergste gevolgen zijn. Inclusief de gedrukte kreten op kleding moet ecologie als trendthema daarom gelezen worden als een reeks beeldtekens die een bestaand levensgevoel tot uitdrukking brengen. De daarbij horende angsten worden geësthetiseerd en daarmee in zekere zin ontscherpt en letterlijk draagbaar gemaakt. De productie van deze beeldtekens zelf levert geen fundamentele oplossingen maar draagt op dezelfde manier tot verontreiniging bij als om het even welke andere trends.


Aan blikken overgeleverd – Marta de Wit, Marta de Wit 1990

Aan blikken overgeleverd – Marta de Wit

Catalogus van het werk van de Nederlandse kledingontwerpster Marta de Wit (1956 – 2008)

‘Haar producten komen tot stand in dialoog met de breimachine. Zij schetst nauwelijks op papier, maar begint meestal rechtstreeks met de feitelijke constructie. Soms is al de keuze van het breigaren een netelige kwestie. Voor haar zomer- en `doordraag`-collecties moest er een mengsel van katoen en linnen komen. Dit bleek op de beoogde manier elegant te vallen en kon niet door iets anders vervangen worden. Het probleem was dat dit van origine een weefgaren is, vanwege de stugheid van het linnen. Marta de Wit experimenteerde er twee jaar lang mee totdat het zich op de gewenste wijze liet breien.’


`Audrey Hepburn – een idool tussen film en mode`, in: Hubert de Givenchy haute couture gedragen door Audrey Hepburn, catalogus Nederlands Kostuummuseum/Haags Gemeentemuseum 1988/89

Over de invloed van Hollywoodfilms op mode algemeen en de bijzondere betekenis van Audrey Hepburn en haar couturier Givenchy

‘Het spel tussen (ver)kleding en identiteit is karakteristiek voor veel Hepburn-films tot het midden van de jaren zestig. Zij bereikte haar status van massa-idool hoofdzakelijk in rollen die op de een of andere manier een gedaanteverwisseling inhielden. In eerste instantie zijn dit de Assepoester-verhalen. Net als in het sprookje wordt de tot dan toe verborgen schoonheid pas zichtbaar via de kleding (kapsel en make-up inbegrepen). De verhaallijn van Roman Holiday loopt weliswaar in omgekeerde richting, maar de modaliteiten zijn dezelfde: de schijn van doorsnee meisje verdoezelt het eigenlijke zijn van een prinses – dat zich aan het einde in volle schittering openbaart.’


Tropisch lekker

IMG_7225

Een aantrekkelijke tuin moet voor mij altijd romantisch en weelderig zijn, liefst ook een beetje verwaarloosd. Een oord waar bij maneschijn de Elementargeister elkaar achterna zitten. Vanuit deze optiek bezien staan botanische tuinen op de laatste plaats want een bezoek mag dan leerzaam zijn, de systematische aanleg is nu eenmaal hinderlijk voor de verbeelding. Tenzij de weelderigheid zo intens is dat ze de systematiek doet vergeten. Een dergelijk juweel vond ik enkele jaren geleden op Sri Lanka: de Royal Botanic Gardens van Peradeniya, niet ver buiten de voormalige hoofdstad Kandy.

De tuin ligt in een bocht van de rivier Mahaweli en strekt zich uit over ongeveer 60 hectare – een enorm park waar de tropische flora zich van haar meest gulle kant laat zien.

IMG_1912

Onvergetelijk zijn de pollen reuzenbamboe (Dendrocalamus giganteus) langs de rivier, met scheuten van ruim 30 meter hoog en tot 25 cm in doorsnee, verder het meer waarin talloze witte lotusbloemen (Nelumbo nucifera) oplichten, om nog maar te zwijgen van de orchideeën of de verschillende palmenalleeën, met name de oude allee van gracieuze Roystonia oleracea.
Er groeien exotische vruchten als mango, doerian of ramboetan en specerijen waaronder peper, kaneel en kardamom. Meeslepend zijn ook de bloeiende bomen, met name Amherstia nobilis met bloedrode elegante bloemtrossen. Pagina’s lang zou ik nog voort kunnen dwepen.

De tuin werd in 1822 gesticht door de Engelsen, destijds de koloniale heersers van Ceylon alias Sri Lanka. Uit die tijd dateert het nog steeds bestaande gebruik bepaalde bomen te planten ter nagedachtenis aan het bezoek van staatshoofden of religieuze leiders. Het oudste exemplaar werd geplant in 1875 door koning Edward VII, enkele jaren later gevolgd door het planten van een ijzerhoutboom (Mesua nagassarium) – de nationale boom van Sri Lanka – door de laatste Russische tsaar. Al die opwinding en het klimaat maken dorstig. In een café met postkoloniale allure is het goed theedrinken – met uitzicht op een welbekende Ficus (F. benjamina), nu eens niet in een pot naast de tv in de huiskamer, maar groeiend in de buitenlucht. Deze Ficus staat er al bijna honderd jaar, en zijn kroon, gesteund door talloze luchtwortels die in de bodem verankerd zijn, overschaduwt inmiddels een oppervlak van meer dan 2500 vierkante meter. Onder deze boom kunnen duizend mensen picknicken, vertelt men ter plaatse.

Na het bezoek aan deze tuin was ik door het dolle heen. Niet lang daarna verrezen in mijn Arnhemse stadstuin palmen, bananenplanten en bamboe. Er kan best veel in ons klimaat. Al moet de Ficus nu in de winter wel naar binnen.


Gepubliceerd in OnzeEigenTuin 1/2009


^ Naar Boven